Dansen tussen vertrouwen en betrouwbaarheid

Voor Binding, blad voor pleegouders, interviewde ik internationaal leiderschapstrainer Manfred van Doorn over het thema vertrouwen: wat is vertrouwen en hoe bouw je beschadigd vertrouwen weer op?

Van Doorn is van oorsprong psychotherapeut en inmiddels leiderschapstrainer voor multinationals en overheden in binnen- en buitenland. Hij hield eerder lezingencycli voor onder andere pleegouders, sprak als psychotherapeut veel pleegouders en -kinderen en schreef het boek ‘Zin in opvoeden’. Een man die zoekt naar patronen en paradoxen, om zo betekenis te geven aan de wereld om ons heen en die wereld beter te maken. ‘Het is de kunst om een hoop waarheden tegelijk vast te houden.’

Wat is vertrouwen volgens jou?
‘Bij vertrouwen denk ik aan overgave. Aan het vermogen om je over te geven aan de stroom der gebeurtenissen en aan de interactie met de mensen in je omgeving. Vertrouwen is een magische capaciteit van mensen om het gevoel te hebben dat het leven goed is.

Vertrouwen krijgt in de loop van het leven steeds meer gezichten. De eerste vorm van vertrouwen is het vermogen van het kind om in de baarmoeder te slapen. Een diep vertrouwen. Later zie je bijvoorbeeld dat een kind zijn ouders vertrouwt als het makkelijk op de arm in slaap valt. Daarna vertrouwt het erop dat het regelmatig te eten krijgt.’

Veel pleegkinderen zijn in hun vertrouwen beschadigd. Wat kun je als pleegouder doen?
‘De eerste vraag die je jezelf daarbij moet stellen is: waarom doe ik dit? Mensen kunnen met een hele idealistische motivatie aan pleegzorg beginnen, als in ‘ik heb zoveel liefde over, ik kan wel wat aan een kind geven’. Dat is een nobele en vaak voorkomende motivatie. Gaandeweg ontdek je meer over jezelf. En later in dat proces komt vaak naar boven: ‘ik wil via dit pleegkind mezelf genezen’. Dat is een diepere motivatie: ‘ik heb zelf ook hechtingsthematiek en ik heb een kind wat dat nog tien keer zwaarder heeft dan ik.

Een tweede motivatie is: ‘ik probeer een bijdrage aan de wereldvrede te leveren. Ik probeer een kind dat beschadigd is genezende ervaringen te geven, waardoor het met iets meer vertrouwen in de wereld kan staan.’

Via je pleegkind jezelf helen, is dat wel een ‘goede’ motivatie?
‘Het is geen kwestie van goed of slecht, het is altijd een mengvorm. Ik denk dat de beste houding die je kunt hebben is dat het in huis nemen van een pleegkind een ontdekkingstocht naar jezelf is. En dat je van jezelf toestaat dat je meer dan één motivatie hebt.

Het is de kunst om een hoop waarheden tegelijk vast te houden. Als je een pleegkind omvat, dan zijn er ook veel waarheden tegelijk. Aan de ene kant kan het te beschadigd zijn om echt een band aan te gaan, maar anderzijds kan het misschien heel goed voor dieren zorgen. Er kan heel veel wel. Maar dat kan iets anders zijn dan wat jouw oorspronkelijke verwachting of projectie was.’

Hoe kun je – in het chaotische dagelijks leven – al die waarheden blijven zien?
‘Door het ontwikkelen van mildheid. Door alles wat je ziet in het kind te herkennen als iets dat je ziet in jezelf, in minder sterke mate. Een pleegkind is een uitvergroting van de dingen die iedereen heeft.

Er is een onderzoek geweest onder duizenden mensen waarin de drie grootste geheimen van mensen zijn onderzocht. Op nummer één stond: ik vraag me af of ik in staat ben tot echte liefde. Je kunt je dus afvragen of een beschadigd pleegkind ooit in staat is tot liefde ontvangen en geven. Daar kun je milder naar kijken als je je realiseert dat dat een vraag is waar ook jij mee rondloopt. Je hoopt het en doet je best en daar zit een bepaald vertrouwen in. Een vertrouwen dat het leven oké is, maar dat het leven ook wreed is en kinderen beschadigt. En dat de schepping oké is, en dat je met belangstelling meedoet aan dat spel. Dan ben je wel heel abstract, maar dat is het hoogste soort vertrouwen.’

En als je daar met mildheid naar kunt kijken, dan heel je ook jezelf?
‘Als je jezelf niet voor de gek houdt, dan zie je dat een deel van jou net zo eenzaam is als dat pleegkind. De connectie maken met wat je eerst nog als vreemd ervoer, dat kan enorm helpen. Dan kun je het pleegkind beter verdragen en vertrouwen uitstralen dat het er mag zijn en dat het zoekt naar een antwoord, zoals we allemaal op zoek zijn naar antwoorden. En ik zeg niet dat dat altijd lukt.

Je ziet de pijn van de eenzaamheid ook bij volwassen pleegkinderen, die zich afvragen: waarom heeft het leven mij zo behandeld, en hoe kan ik met dit mysterie leven? Een antwoord is bijvoorbeeld door veel thuis te zijn in de natuur, omdat ze geen mensen vertrouwen, maar wel de natuur. Of met dieren omgaan.

Deze kinderen zijn onheus behandeld, en sommigen halen het en anderen halen het niet. De ultieme paradox is: het leven is goed, maar niet eerlijk, en kan ik daar ‘ja’ tegen zeggen. De kunst is om er iets goeds naast te zetten. Oké, ik heb een beschadigd pleegkind en het kind heeft veel meegemaakt, ik zie het als oefenweg voor mezelf en ik probeer mijn best te doen en ik hecht niet aan het resultaat. Dat is het ultieme Zen voor iedereen, of dat nou een bedrijf is, je eigen kind, een pleegkind, of een huwelijk. Het gaat om een hogere vorm van vertrouwen.’

Hoe wordt vertrouwen weer opgebouwd?
‘Vertrouwen heeft duizend vormen. Toen ik als psychotherapeut gesprekken had met zwaar beschadigde pleegkinderen, dan was vaak de eerste stap: besef je dat de stoel je draagt? De zwaartekracht is er altijd. Besef dus dat je altijd iets betrouwbaars in de buurt hebt. Ook is er altijd zuurstof, er zijn altijd bomen. Het paradoxale is dat iemand met een zware hechtingsstoornis zwerver kan worden, maar dat zijn mensen die er ook altijd op vertrouwen dat er wel iets in de vuilnisbak zit. Ze hebben vaak het vermogen om voor een hond te zorgen. En zo bouwt vertrouwen zich op. Je ziet dat pleegkinderen toch weer verkering krijgen. Blijf die schoonheid zien. Zie dat er vele soorten vertrouwen zijn.

Ik zie de kinderlijke behoeftes ook als een polariteit. Als je een kind wilt helpen vertrouwen te ontwikkelen, dan moet je zelf vertrouwen hebben, je kunnen overgeven aan de stroom der gebeurtenissen, maar je moet ook betrouwbaar zijn, discipline tonen, voorspelbaar zijn, regels stellen. ‘Taking control.’ Als jij als ouder kunt dansen tussen vertrouwen en betrouwbaarheid, dan help je zo’n kind het meest genezen.’

Is er iets dat je pleegouders nog zou willen meegeven?
‘Ik zou willen eindigen met een citaat uit de Mahabharata, een filosofisch epos uit India. Daar zegt Kunti, de oermoeder: ‘Oorlog begint als een kind van een ander je minder waard is dan een kind van jezelf.’ Dus omgekeerd: ‘Vrede begint wanneer een kind van een ander je evenveel waard is als een kind van jezelf.’ ■

Meer weten?
• Boek ‘Zin in Opvoeden. Behoeften, Deugden, Duurzaamheid’. Manfred van Doorn en Brechje de Koning (2013)
doublehealix.com

Dit interview werd gepubliceerd in Binding 2 – 2018, blad voor pleegouders.

 

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedinmailby feather