Pulse magazine artikel Home-Start Ilse schrijft

Moet echt álle was gestreken worden?

‘Ik weet uit eigen ervaring dat het leven met kleine kinderen echt niet altijd leuk is. Soms zit je gewoon met je handen in het haar.’
Inge Koning – zelf moeder van vier kinderen tussen de vier en tien jaar – is een van de negen vrijwilligers bij Home-Start, een nieuwe vorm van opvoedondersteuning aan gezinnen die even een steuntje in de rug nodig hebben.

Inge werkte eerder als Home-Start-vrijwilliger in Enschede en Utrecht. Daar hielp ze onder andere Martina, moeder van drie kleine kinderen. Inge: ‘Wat mij opviel was dat Martina alles heel goed wilde doen. Dat bleek de rode draad te zijn van haar problemen. Ik gaf haar vooral mee dat je niet alles perfect hoeft te doen.

Terwijl we samen de was ophingen, vroeg ik haar wat ze nou echt belangrijk vond. Wat is je prioriteit? Moet echt álle was gestreken worden? Maak je wel eens tijd voor jezelf vrij? Daar kwam ze met drie kleintjes nooit aan toe. Dus zijn we een keer samen gaan winkelen. Ik kon haar ook vertellen dat sommige gevoelens een gevolg zijn van je hormonen en dat die gevoelens ook weer voorbij gaan. Daar had ze veel aan.’

Op je handen zitten

Een vrijwilliger van Home-Start komt eens per week minimaal twee uur langs. Gemiddeld duurt de ondersteuning een jaar, maar korter of iets langer kan ook, afhankelijk van de vraag van het gezin. Alle vrijwilligers volgen een voorbereidingscursus: in vijf dagdelen leren ze daar de basisprincipes van Home-Start. Bijvoorbeeld dat je er bent om een gezin te ondersteunen, en niet om de les te lezen.

Inge: ‘Het is belangrijk dat je op je handen leert zitten. Je laat het initiatief bij de ouders.’ Home-Start werkt vraaggestuurd: het gezin bepaalt wat belangrijk is. ‘Als vrijwilliger geef je je tijd, bied je een luisterend oor en 
een steuntje in de rug. Soms door gesprekken, soms door voor te leven, maar ook door simpelweg een handje te helpen met praktische zaken.’

 Opvoedtips Home-Start


Ballen in de lucht

De gezinnen die zich aanmelden voor Home-Start zijn divers. Inge: ‘Ik heb ook een moeder geholpen die zelf Sociaal Pedagogische Hulpverlening had gestudeerd. Ze had een zware baan en kon het niet bolwerken.’ Eerder hielp ze Nasira, moeder van de drie maanden oude Adam. Nasira voelde zich geïsoleerd, sprak de Nederlandse taal slecht en wilde graag tips bij de verzorging van haar zoontje. Inge kon er op alle drie de gebieden voor Nasira zijn.

Klik is match

Gezinnen kunnen zichzelf aanmelden, maar ook andere partijen melden gezinnen aan, zoals het consultatiebureau en het jeugdteam. Na een uitgebreide intake, zoekt de coördinator een passende vrijwilliger. Het is belangrijk dat het goed klikt tussen de vrijwilliger en het gezin, dus de coördinatoren van Home-Start besteden veel aandacht aan de matching. Ze kennen de sterke kanten en de valkuilen van de vrijwilligers goed. Hierdoor lukt het vaak om een passende vrijwilliger te vinden. Na het kennismakingsgesprek hebben beide partijen nog drie dagen bedenktijd. Klikt het? Dan is er een match.

Gelijkwaardigheid

Het grote verschil tussen Home-Start en hulpverlening van professionals is de gelijkwaardigheid. Dat is meteen ook de kracht van het programma. Inge: ‘Ik ben geen professional. Ik vind het fijn om vanuit mijn eigen ervaring iets voor andere gezinnen te betekenen. Mijn ondersteuning voorkomt zelfs vaak dat gezinnen in het professionele hulpverleningscircuit terecht komen. En in sommige gevallen is Home-Start een aanvulling op de professionele hulpverlening. Dan ben ik er als luisterend oor en voor het gezellige praatje.’

Home-Start

Home-Start is een landelijk erkend en professioneel programma en wordt uitgevoerd in 128 gemeenten, waaronder IJsselstein en Lopik. Het programma is opgenomen in de Databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut en hoort bij de achttien meest effectieve programma’s in de jeugdgezondheidszorg.

Dit artikel verscheen in Jaarmagazine 2015 van welzijnsorganisatie Pulse.

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedinmailby feather