‘Pleegouderschap is verstrekkend’

Aan het begin van het jaar markeert Dichter des Vaderlands Ester Naomi Perquin de dagen en weken waarin zij ‘in een koor van stemmen’ een extra stem wil toevoegen. De Week van de Pleegzorg was dit jaar een van de gelukkigen. In dit interview legt ze uit waarom.

Hoe kwam je ertoe om een gedicht te schrijven voor de Week van de Pleegzorg?
‘Toen ik de Week van de Pleegzorg zag staan, gingen mijn gedachten terug naar mijn vroegste herinnering aan volwassenen-tv: de documentaire ‘Kinderen van de Hondsberg.’ Daarvan was ik diep onder de indruk. Ik zag hoe ontoereikend ouders soms kunnen zijn. Hoe ouders soms wel willen, maar niet kunnen. Ook van huis uit heb ik een sterke bewondering voor pleegouders. Veel familieleden werken in de zorg.’

Het gedicht lijkt in een paar regels alle elementen uit het pleegouderschap te vangen. Hoe heb je je zo goed kunnen inleven?
‘Het grappige is dat ik dat juist vanuit mijn eigen moederschap heb gedaan. Ik hoefde er alleen maar het woordje pleeg aan toe te voegen.

Vergeet niet dat er ook veel ‘echte’ ouders zijn die er gaandeweg achter komen dat opvoeden moeilijk is. Dat het moeilijk is om je kind te accepteren. Dat het moeilijk is om te zien dat je iets te bieden hebt, wat ze helemaal niet willen hebben. Je krijgt een pakket afgeleverd en je moet maar kijken hoe je het aanpakt.

Je komt er gaandeweg achter dat je de weg niet weet. En dat je niet altijd de beste ouder bent voor dat kind.

Er is een scène uit ‘Kinderen van de Hondsberg’ die nog altijd op mijn netvlies staat. Je ziet een meisje met een hechtingsstoornis en haar adoptieouders en het meisje kan niets anders doen dan gillen, hen slaan en wegduwen. De ouders konden dat niet repareren. Dat is zo bepalend geweest voor hoe ik naar ouders en kinderen kijk.

Soms vraagt een kind iets dat je niet te bieden hebt. Mijn oudste zoon van elf bijvoorbeeld luistert heel goed. Ik dacht dus altijd dat ik een goede ouder was. Maar mijn jongste van drie is een driftkikker: zijn gedrag drijft me soms tot wanhoop. Een ouder zei eens tegen mij: vraag je je wel eens af: ‘wat vraagt hij van mij?’ Tegengas? Of niks? Of niet zo erbovenop zitten als opvoedende ouder?

Dat een kind veel van je vraagt, betekent dat je nodig bent. Juist als je die rolschaats naar je hoofd krijgt. Ik vind het knap dat er zoveel pleegouders zijn die dit kunnen.

Bij goed ouderschap denk ik aan ouders die echt goed kijken. Mijn moeder vroeg toen ik klein was regelmatig aan mij: ‘ben jij gelukkig?’ Ze gaf daarmee aan mij niet per definitie te kennen. Ik vraag dat nu ook wel eens aan mijn oudste. En dan zie je hem nadenken.

Die vanzelfsprekendheid die ouders kunnen hebben, het idee: zo is mijn kind, of zo is mijn kind niet, die hebben pleegouders vaak niet en daar kunnen veel ouders nog wat van leren. Je hebt het geloof en de hoop. En de rest weet je niet.

En het geluk, ik noem dat in het gedicht ‘een visje van een glimlach’, dat zit hem dan in dat moment aan het einde van de dag, dat je kind ligt te slapen, zich over durft te geven.’

Om je schrijfopleiding te kunnen betalen, werkte je vijf jaar als bewaarder in de Rotterdamse gevangenis aan de Noordsingel. Heb je die ervaring kunnen gebruiken in dit gedicht?
‘Ik werkte er onder meer met jongens tussen de 18 en 21 jaar. Je wordt je daar enorm bewust van hoe bepalend en vormend de basis is: een veilig nest en ouders die er – kunnen – zijn. Ik zag daar zoveel talent en potentie. Wat had dat uitgemaakt als ze een betere basis hadden gekregen.

Het is merkwaardig dat we als samenleving zevenhonderd euro per dag investeren in een gevangene, en zo weinig in pleeg- en jeugdzorg, terwijl je daar een levenslang effect mee kan realiseren. Pleegouders redden niet één kind, ze leggen de basis voor de volgende generatie. Het is verstrekkend. Pleegouders kunnen wat mij betreft dus niet genoeg gedichten naar hun hoofd gesmeten krijgen.’

Veel pleegouders gaven aan ontroerd te zijn door je gedicht. Wat doet dat met je?
‘Nu zou mijn antwoord moeten zijn: dat is mijn werk. Ik geef woorden aan gedachten en emoties. Maar ik moet eerlijk zeggen: het raakt mij ontzettend. Als ik lees dat een pleegkind zichzelf in dit gedicht herkent en voor het eerst het perspectief van de pleegouder ziet, dan schiet ik vol. Maar ik ben ook een enorme huilebalk. Zet dat er maar bij.’

Dit gedicht schreef Perquin voor de Week van de Pleegzorg 2018:

Gedicht Ester Naomi Perquin pleegzorg


Dit interview verscheen in Binding 3/2017, magazine voor pleegouders.
Foto Ester Naomi Perquin: Lenny Oosterwijk.

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedinmailby feather