De kunst van het bijstellen

Verwachtingsmanagement in de pleegzorg valt of staat met een goede voorbereiding. Maar hoe bereid je je voor op een kind dat je niet kent? En helpt het om verwachtingen te hebben?

‘Heb geen verwachtingen. Het loopt altijd anders.’ Deze tip gaf pleegouder Irma in de vorige Binding aan potentiële pleegouders. En dat zeggen meer pleegouders.

Toch leeft geen mens zonder verwachtingen. Want iedere verandering – van een vakantie, een nieuwe baan tot de komst van een pleegkind – brengt in meer of mindere mate verwachtingen met zich mee: de hoop of soms zelf aanname dat een gebeurtenis of gevoel ook werkelijk plaats gaat vinden.

Verwachtingen zorgen zo voor vertrouwen en een blik vooruit. Ze geven richting en activeren. De verwachting dat je dat ene kind een veilige plek kan bieden, de verwachting dat je er zelf voldoening uit haalt, of misschien wel de verwachting dat je eigen kinderen leren dat je iets kunt betekenen in het leven van een ander? Zonder deze verwachtingen zou toch bijna niemand pleegouder worden?

De beïnvloedende factor
Maar wat kunnen de gevolgen van verwachtingen zijn? Wanneer zijn verwachtingen helpend, en wanneer juist niet?

‘Ik geloof dat iedereen van betekenis wil zijn, en iets wil bereiken. Daar heb je verwachtingen over,’ vertelt Henrieke van Diermen. Ze is behalve organisatieadviseur en coach bij Spirit Jeugdhulp ook zelfstandig counselor én pleegouder. ‘Maar de grootste beïnvloedende factor in het creëren en realiseren van verwachtingen ben je zelf. Het is daarom helpend om vooral verwachtingen te hebben over jezelf in de relatie tot anderen en je omgeving. Als je bijvoorbeeld op vakantie gaat, kun je verwachtingen hebben over het weer, maar dat kun je niet beïnvloeden. Als je je echter voorstelt dat je, wat voor weer het ook is, gaat wandelen, en dat je hiervan gaat genieten, dan creëer je een verwachting over iets waar je zelf invloed op hebt.’


Henrieke van Diermen

In de pleegzorg is veel aandacht voor verwachtingen. Dat begint al bij de voorlichting en werving, waar verwachtingsmanagement een lastig balanceren is. Creëer je lage verwachtingen over het pleegouderschap, dan worden mensen te huiverig om zich aan te melden. Maar zijn de verwachtingen van potentiële pleegouders hoog, dan is er een grotere kans op een breakdown. De pijnlijke gevolgen daarvan, allereerst voor het pleegkind, maar ook voor pleegouders willen organisaties voorkomen.

Reflecteren
Het is dus zaak om realistische verwachtingen te scheppen. Maar hoe kom je in de buurt van een realistische verwachting, over de zorg voor een kind dat je nog niet kent? Henrieke: ‘Door de ervaringen van andere pleegouders en inzicht in de geschiedenis van kinderen werd voor mij wel duidelijk hoe heftig sommige situaties zijn.

‘Door te reflecteren op mijn eigen levensverhaal als onderdeel van de training, kon ik antwoord geven op de vraag: kan ik me daartoe  verhouden? Kan ik ontspannen blijven als het moeilijk wordt? Of wordt er iets geraakt wat in de weg gaat staan? Het luisteren naar verhalen en het doen van zelfonderzoek helpen om je verwachtingen bij te stellen.’

En op een dag klopt de realiteit aan, dat moment waarop het eerste pleegkind over de drempel stapt, en waarop verwachtingen uitkomen. Of juist niet. Henrieke: ‘Wij zien onszelf als een heel rustig gezin. Dus bedachten we: als er een kind komt dat heel druk is, dan worden wij gek. Het klinkt banaal, maar ik dacht: bij een kind dat teruggetrokken en verlegen is, kunnen we aansluiten, en dan gaat zich dat geduldig openen. Dat past. En dat gaven we aan bij Spirit.

‘Onze dochter, toen een jaar of acht, wilde graag dat er een meisje kwam. Dat konden ze natuurlijk niet beloven. Uiteindelijk kwam er zes jaar geleden een zevenjarig jongetje binnen, dat de eerste periode erg druk was. Maar hij was ook heel grappig, en daar hadden we meteen een soort ontroering bij. Dat zorgde ervoor dat onze verwachting meteen werd bijgesteld.

Achteraf denk je dan: je kunt daar zo weinig over zeggen. De omgeving is zo bepalend voor hoe een kind zich gedraagt.’

‘Van wie is deze verwachting?’
Henrieke werd verteld dat het gezin van haar pleegkind waarschijnlijk altijd in de hulpverlening zal blijven. Wellicht een realistische verwachting, maar toch was Henrieke verbaasd en zelfs enigszins verbolgen over deze uitspraak. ‘Van wie is deze verwachting? En hoe helpend is die? Ik zie iedere keer weer dat de moeder echt niet in de hulpverlening wil blijven. De vraag is of haar dat lukt. Maar als het systeem eromheen al het beeld heeft dat het haar niet gaat lukken, dan richt hulp zich van daaruit op die verwachting. Het sluit niet aan op het verlangen van het gezin en helpt hen dus niet, ondanks alle hulp. Het gaat ook in tegen waar Spirit zich voor inzet: zo kort mogelijke hulpverlening, en streven naar het overbodig maken van onze hulp.’

Voor je het weet is er sprake van het fenomeen selffulfilling prophecy: door een bepaalde verwachting te hebben, ga je je – vaak onbewust – gedragen naar deze verwachting, en zo zorg je ervoor dat de verwachting uitkomt. Een valkuil als de verwachting is dat een gezin of pleegkind voor altijd in de hulpverlening blijft, maar misschien juist een kans als je de verwachting hebt dat het gezin of pleegkind uiteindelijk zonder formele hulp door het leven gaat.

Pleit dit voor het positieve effect van het hebben van hoge verwachtingen? Henrieke: ‘Ik spreek liever niet over hoge of lage verwachtingen, maar over het bewustzijn dat verwachtingen van onszelf zijn en niets zeggen over de werkelijkheid. Verwachtingen geven wel houvast en richting én ze bepalen ons gedrag.’

Wisselwerking
Goed kijken, nieuwsgierig en flexibel blijven lijken sleutelwoorden om het juiste evenwicht te vinden in de realiteit die, hoe je het ook wendt of keert, omhuld is met verlangens en verwachtingen.

Henrieke: ‘Het is een universeel verlangen om iets voor een ander te betekenen, maar het is wel het verlangen van jouzelf. Als een ander zegt: jij kunt me dat niet bieden, of ik wil het graag bij iemand anders halen, dan zul je dat moeten accepteren. Er zijn minimaal twee partijen nodig om interactie te laten slagen. Flexibel zijn betekent iedere keer weer opnieuw in het moment oprecht nieuwsgierig bekijken: wat tref ik aan? Wie wil ik hier nu zijn? Wie kan ik voor de ander zijn? Welk appèl doet hij of zij op mij? En wat vraagt dat van mij?’

‘In die wisselwerking kunnen handelen, en je eigen verwachtingen snel kunnen bijstellen, daarin zit de crux.’ ■

Dit interview verscheen in Binding 1/2018, magazine voor pleegouders.
Foto: Nienke Laan.

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedinmailby feather