Leren kijken door een traumabril

Getraumatiseerde kinderen reageren naar onze maatstaven buitenproportioneel op voor ons normale situaties. Ze worden bijvoorbeeld snel extreem boos, zoeken ruzie, maken moeilijk vrienden en hebben problemen met afstand en nabijheid. Soms ervaren ze herbelevingen of flashbacks. Veel pleegouders lopen vast in de opvoeding; reguliere opvoedingsstrategieën werken niet, frustratie ligt op de loer, met als risico dat de kinderen opnieuw naar een andere plek moeten omdat de situatie onhoudbaar is. En dat is funest voor deze kinderen, die vaak al op meerdere plekken gewoond hebben en daar keer op keer teleurgesteld zijn in het leven, en in volwassenen in het bijzonder. Training in het zorgen voor getraumatiseerde kinderen is daarom belangrijk. In dit artikel vertellen experts en een pleegouders daarover. Dit artikel verscheen in Binding – blad voor pleegouders van Spirit – 2015/1.

‘Hier klopt iets niet. Dat wisten we al toen Hester (13) en Anne (14) alleen nog in de weekenden en vakanties bij ons verbleven. Ze verstopten eten onder hun bed, vuile was achter het nachtkastje. En ze bleven ontkennen. Ze wilden niet douchen, hun tanden niet poetsen en konden moeilijk met bestek eten. Vrienden maken blijft lastig. Ik heb de hele klas al over de vloer gehad, maar tot nu toe is er nog niemand teruggekomen.’

Aan het woord is Dorien, pleegmoeder van Hester en Anne – geen zusjes – die beiden complex getraumatiseerd zijn, veroorzaakt door een verleden vol verwaarlozing en misbruik. Dat speelde niet alleen toen zij nog ieder bij hun biologische ouders waren, maar ook in een van de pleeggezinnen waar zij vijf jaar samen woonden. Uiteindelijk kwam Hester bij Dorien, haar man Tim en thuiswonende dochter Tessa (15) wonen. Anne, die verstandelijk beperkt is, is naar een speciale instelling gegaan.

Levensbelang
Dorien volgde al snel na de plaatsing van Hester de training Traumasensitief Pleegouderschap, de training die Spirit vanaf april aan alle pleegouders aanbiedt onder de noemer Zorgen voor getraumatiseerde kinderen. En dat bleek geen overbodige luxe. Gedrag van getraumatiseerde kinderen is vaak extreem en het is voor pleegkinderen van levensbelang om hier als opvoeder adequaat op te reageren. Dat en meer leren pleegouders tijdens de training.

Overlevingsmanier
‘Uit onderzoek blijkt dat alle kinderen die in een pleeggezin wonen ingrijpende gebeurtenissen hebben meegemaakt’, aldus GZ-psycholoog Eva Bolle, werkzaam bij de afdeling Therapeutische Pleegzorg van het Centrum Trauma en Gezin van de Bascule. Samen met haar collega, gespecialiseerd maatschappelijk werker Monique Kampschuur geeft zij de training Traumasensitief Pleegouderschap aan pleegouders die begeleid worden door de Bascule. ‘Denk alleen al aan een gebeurtenis als een uithuisplaatsing. Maar niet ieder kind ontwikkelt hierna meteen een posttraumatische stressstoornis. Vooral bij kinderen die meerdere ingrijpende gebeurtenissen achter elkaar meemaken, zoals huiselijk geweld, verwaarlozing of seksueel misbruik is die kans groot. De schade daarvan is diepgaander en blijvender. Deze kinderen ontwikkelen een eigen overlevingsmanier.’

Buitenproportioneel
Getraumatiseerde kinderen reageren naar onze maatstaven buitenproportioneel op voor ons normale situaties. Monique: ‘Ze worden bijvoorbeeld snel extreem boos, zoeken ruzie, maken moeilijk vrienden en hebben problemen met afstand en nabijheid. Soms ervaren ze herbelevingen of flashbacks.’ Veel pleegouders lopen vast in de opvoeding; reguliere opvoedingsstrategieën werken niet, frustratie ligt op de loer, met als risico dat de kinderen opnieuw naar een andere plek moeten omdat de situatie onhoudbaar is. En dat is funest voor deze kinderen, die vaak al op meerdere plekken gewoond hebben en daar keer op keer teleurgesteld zijn in het leven, en in volwassenen in het bijzonder.

Traumabril
Tijdens de training verwerven pleegouders veel kennis over trauma. Pleegouders leren herkennen welk overlevingsgedrag hun pleegkind zichzelf heeft aangeleerd. Ze gaan het ‘lastige’ gedrag beter begrijpen, en kunnen daardoor makkelijker passend reageren. ‘Door een traumabril leren kijken’ is dan ook hét adagium van de training: door de ogen van het kind kijken naar de dingen die hij of zij meemaakt. En minstens zo belangrijk: weten wat je kind meedraagt in zijn of haar ‘onzichtbare koffer’, een metafoor voor de overtuigingen en gedachten over zichzelf en de wereld.

Onzichtbare koffer
Ook Dorien leerde door een traumabril kijken en kwam er zo achter wat er in de onzichtbare koffer van Hester en Anne zat. De overtuiging ‘als ik niet voor mezelf zorg, dan doet niemand dat’, verklaart bijvoorbeeld waarom Anne meteen het aantal croissantjes telt aan een volgedekte ontbijttafel, altijd bang is dat er voor haar te weinig is en dus stiekem eten meeneemt en verstopt. En waarom Hester maar blijft opscheppen tijdens het avondeten, ook al kan ze het onmogelijk allemaal opeten. Dorien: ‘Ze denken: ‘dat kan ik maar vast binnen hebben’. Boos worden heeft geen zin. Ik moet ze leren dat er genoeg is voor iedereen, dat het niet nodig is om eten te verstoppen. En ik moet de grens aangeven, omdat ze die zelf niet aanvoelen. Tijdens het avondeten zeg ik: ieder mag drie kippenpootjes. Doe ik dat niet, dan eten ze alle kip op.’
Monique: ‘Andere hardnekkige overtuigingen die veel getraumatiseerde kinderen hebben zijn ‘ik ben niks waard’, ‘ik doe er niet toe’, ‘volwassenen zijn onbetrouwbaar’ en ‘ik moet hier uiteindelijk toch weer weg.’ Al die overtuigingen bepalen het gedrag van het kind, met name op momenten dat ze zich kwetsbaar en onveilig voelen.’

Moet ik nu weg?
Het creëren van veiligheid is daarom een van de belangrijkste thema’s in de training. Eva: ‘Bij deze kinderen is het gevoel van onveiligheid bepalend voor hun gedrag. Ze willen zelf controle hebben en creëren dus zelf die veiligheid. Bijna alle ouders in de training herkennen het eten wegnemen, verstoppen en het liegen en bedriegen.’ Ook Dorien moest hemel en aarde bewegen om Hester zover te krijgen dat ze toegaf dat ze spullen verstopte. Hesters eerste vraag was toen: ‘Moet ik nu weg?’ Dorien: ‘‘Natuurlijk niet’, zei ik. ‘Ik vind je heel lief, alleen dit gedrag is niet handig. Als je vieze onderbroeken achter het bed verstopt, gaat je kamer stinken. Ik weet: ze is aan het overleven en ik moet haar duidelijk zien te maken dat dat gedrag niet nodig is in dit gezin, ze hoeft niet bang te zijn dat ze weg moet.’

Openstaande rekeningen
Het opvoeden van kinderen met een trauma vraagt om engelengeduld. Kennis van trauma helpt bij het behouden van een kalm brein. Want hoe blijf je zelf rustig als je pleegkind na een fijne dag altijd maar weer de sfeer verpest? Weten waar het gedrag vandaan komt helpt. Monique: ‘Zo’n kind weet simpelweg met zoveel geluk niet om te gaan. Hierdoor doet hij uiteindelijk iets waarmee hij toch weer een bevestiging krijgt van de overtuiging in zijn koffertje: dat hij niet deugt. En bij spanning en ruzie komt hij zelfs weer tot rust, omdat hij dat herkent.’ Eva: ‘Veel pleegouders komen er tijdens de training achter dat alles wat jij op je bordje krijgt bitter weinig met jou te maken heeft, maar alles met de rekeningen die nog open staan.’

Trauma en het brein
Deelnemers leren ook hoe een trauma invloed heeft op de ontwikkeling van het brein. Monique: ‘Op hersenscans zie je dat er bij verwaarloosde kinderen minder verbindingen tussen hersencellen zijn aangemaakt. Dat beïnvloedt de emoties en dus ook het gedrag.’ Voor Dorien waren deze lessen echte eyeopeners. ‘Nu ik beter weet hoe Hesters brein werkt, kan ik gemakkelijk rustig blijven als ze voor de tiende keer de dop niet op de melkfles doet, brutaal reageert of liegt. Ik zie sneller: dit is teveel voor haar, ik leg de lat lager. Hester moet eerst goed in haar vel zitten, zich veilig voelen, en dan kijken we wel verder. Ze gaat nu twee keer per week naar streetdance, waar ze hartstikke goed in is. Positieve ervaringen, dat is wat ze nodig heeft.’

Niet leeglopen
Rustig reageren lukt beter als je zelf goed in je vel zit. Dat wordt behandeld in de door pleegouders zeer gewaardeerde module ‘Zorgen voor jezelf’. Dorien: ‘Als ik boosheid op voel komen, dan weet ik: nu moet ik met vriendinnen afspreken. Ik moet zorgen dat ik niet leegloop, daar heeft niemand wat aan.’ Ook kan Dorien dan terecht bij haar oud-groepsgenoten in de groeps-app. ‘We worstelen met dezelfde dingen. Tijdens de training kwamen we soms niet eens aan de volledige lesstof toe, omdat we zoveel met elkaar te bespreken hadden.’

Vanwege privacy zijn de namen van Hester en Anne gefingeerd.

Hij weet het toch niet meer…
Verwaarlozing of misbruik in de pre-verbale periode, als kinderen nog niet kunnen praten, beschadigt het reptielenbrein van het kind: het meest primitieve gedeelte van de hersenen. Dit gebied regelt de ademhaling, het verwijden en vernauwen van bloedvaten en beïnvloedt de hartslag. Het werkt in op de bijnierschors, reguleert de stressreflex en emoties. Schade aan dit breingedeelte leidt bijvoorbeeld tot razernij, woede, angst of huilaanvallen in situaties waarin dit geen functie heeft: herkenbaar gedrag van kinderen met een trauma.

Onderzoek
Uit effectonderzoek van de Bascule blijkt dat de traumakennis van pleegouders die de training volgden significant is toegenomen, zowel direct na de training als zes maanden na de training. Pleegouders zijn zeer tevreden over de training, alle modules werden bovengemiddeld beoordeeld. Spirit, De Bascule en de Universiteit van Amsterdam doen dit jaar vervolgonderzoek naar de training “Zorgen voor getraumatiseerde kinderen”. De resultaten worden eind 2016 verwacht.

Training volgen?
Alle pleegouders bij Spirit kunnen de training volgen. Er zijn geen kosten aan verbonden. Neem voor meer informatie contact op met pleegzorg@spirit.nl.

Facebooktwitterpinterestlinkedinmailby feather