Pleegzorg: over omarmen en laten gaan

Verwachtingen over jezelf als pleegouder, ideeën over opvoeden, en soms het kind zelf. Als pleegouder moet je kunnen loslaten. Maar hoe doe je dat? ‘Loslaten is emotioneel. Je moet jezelf in een ondergeschikte rol zetten. En dat is lastig.’ 

Lees het artikel in pdf.

Toen Esther de kleine Camilla, dertien maanden en met grote bruine ogen, voor het eerst zag, realiseerde ze zich meteen: nu ben je bij me, maar straks moet ik je weer loslaten. Ook al was ze als crisispleegouder voorbereid op een afscheid, toen Camilla na ruim een jaar inderdaad terugging naar haar ouders, viel het Esther zwaar, ook al was ze als crisispleegouder voorbereid op een afscheid.

‘De ouders deden er alles aan om weer voor hun dochtertje te kunnen zorgen en kregen veel hulp. Ik stond er helemaal achter dat Camilla weer terugging. Maar het was ons eerste pleegkindje. Het afscheid was heel moeilijk. Alsof je een beetje doodgaat.’ 

‘Afscheid nemen van ons eerste pleegkindje was heel moeilijk’

Gelukkig wilden de ouders van Camilla graag contact houden. Samen met haar twee dochters ging Esther twee keer per jaar op bezoek. Op een gegeven moment herkende Camilla hen steeds minder goed. ‘Ook haar moeder merkte dat. Zij hield het contact meer in stand voor óns dan voor Camilla. Toen zei ik: ‘Ik denk dat we niet meer moeten komen.’ We hebben letterlijk tegen elkaar gezegd: dan is het goed zo.’ 

Terug naar de ouders
In totaal ving Esther de afgelopen tien jaar negen kinderen op. ‘Elk kind dat komt sluit je direct in je hart, daar ontkom je niet aan. Soms zit dat gevoel diep. Dan is het loslaten lastig, ook al weet je bij crisisplaatsingen dat een kindje weer weggaat. Gelukkig zijn ze allemaal terug naar de ouders gegaan en had ik daar altijd een goed gevoel over. Het zou voor mij denk ik anders voelen als ik niet het vertrouwen heb dat het kindje veilig is.’ 

Esther probeert van ieder afscheid een fijn moment te maken, met koffie, taart, een cadeautje en een fotoboekje met een toekomstwens voor het kind. ‘Dat is het minste wat je voor ouders en het kind kan doen. Voor mezelf is het ook een belangrijk onderdeel van het afscheidsritueel. Ik heb ook een eigen boek met foto’s van alle kinderen, geschreven tekst en de data waarop ze gekomen en weggegaan zijn. Dit boek kijk ik zo nu en dan in, met kerst bijvoorbeeld, als de kinderen en kleinkinderen er zijn. Ze blijven in mijn hart.’

Rouwproces
Gedragswetenschapper Marije van der Meulen van Levvel weet hoe moeilijk loslaten voor pleegouders kan zijn. ‘We vragen ze het kind te beschermen, te verzorgen, onvoorwaardelijk van het kind te houden en het daarna vaak weer gedeeltelijk los te laten. Dat is nogal wat,’ legt Marije uit. ‘Je kunt het vertrek van een pleegkind vergelijken met een rouwproces. Als het pleegkind in een ander pleeggezin gaat wonen, omdat het in je eigen pleeggezin om welke reden dan ook niet is gelukt om goed voor het kind te zorgen, dan kan er naast rouw ook een gevoel van falen optreden.’ 

‘Je kunt het vertrek van een pleegkind vergelijken met een rouwproces.’

Crisispleegouders Tanja en Hassan kennen dat gevoel. Hun eerste pleegkind Noah, destijds zeven maanden, werd gebracht met de vraag of hij eventueel tot zijn achttiende zou kunnen blijven. ‘We hadden ons opgegeven als crisispleeggezin met de mogelijkheid tot langdurige opvang, dus we zeiden direct ja,’ vertelt Tanja. ‘Juist omdat we niet vinden dat een pleegkind van gezin naar gezin moet hoppen.’ Met Noah ging het in het begin goed. Hij ontwikkelde zich razendsnel, binnen een mum van tijd kon hij kruipen en lopen. Maar toen begon hij vanuit het niets hard te gillen. Tanja: ‘Overdag, ’s nachts. Uren achter elkaar. Onze twaalfjarige zoon, die autisme bleek te hebben, zat steeds vaker huilend op de bank met zijn handen over zijn oren. Ook onze energie raakte op. En toch bleef ons gevoel: we willen voor dit jochie zorgen. Uiteindelijk heeft de pleegzorgwerker de knoop doorgehakt. Noah werd na elf maanden in een ander pleeggezin geplaatst.’

Gevoel van falen
Hoe pittig het ook was geweest, Tanja en Hassan vonden het moeilijk om Noah los te laten. ‘We waren zijn veilige haven. Ik heb gesmeekt om het niet te doen. Ik was intens verdrietig, ik wilde hem niet loslaten én het voelde alsof we gefaald hadden. Dit was zo niet wat we wilden,’ blikt Tanja terug. ‘Om het afscheid te verwerken hebben we goede gesprekken met onze pleegzorgwerker gevoerd. Dat hielp. En de nieuwe pleegmoeder stuurde me foto’s. Niet te vaak, maar precies genoeg.’ 

Pas toen ze zelf weer in rustiger vaarwater terechtkwam, zag Tanja hoe gestrest ze was geweest. En dat het met haar gezin niet goed ging. Tanja: ‘Ik heb nog wel gedacht: waarom lukt het hen wel en ons niet? Maar in het andere pleeggezin was er meer hulp van de eigen volwassen kinderen. Die kennis hielp ons gevoel van falen te verminderen. We hebben ruim een half jaar de tijd genomen voordat we ons weer beschikbaar stelden.’

Marije ziet vaker dat pleegouders zich schuldig voelen als een plaatsing niet lukt. ‘Dit is ontzettend verdrietig, want pleegouders hebben meestal gedaan wat ze kunnen. Belangrijk bij een overplaatsing is als pleegouders alsnog een positieve factor in het leven van het pleegkind kunnen blijven. Mijn advies bij een overplaatsing is: praat erover met je pleegzorgbegeleider en vraag steun van familie of andere pleegouders. Je pleegzorgwerker kan je in contact brengen met pleegouders met dezelfde ervaring.’ 

Altijd gezellig
Als pleegouder ben je vaak onderdeel van een heel netwerk om een kind heen. Dat maakt dat je de regie over je gezinsleven soms niet helemaal in de hand hebt. Joyce en haar gezin weten daar alles van. Toen Danique (toen 9) drie jaar geleden bij hen kwam wonen, was dat in het kader van langdurige pleegzorg.

Joyce: ‘We hadden ons niet gerealiseerd dat we niet alleen te maken hadden met Danique, maar ook met haar opa’s, oma’s en vriendinnen. En haar vader, die gedetineerd was en Danique iedere week spreekt. Hij kon daar nogal dwingend in zijn. Het vroeg om flexibiliteit. Wat ons hielp om weer wat controle te pakken was steeds teruggaan naar de vraag: wat is het belang voor Danique en welke beslissing helpt haar?’ 

Ook met Daniques moeder, waar Danique regelmatig naartoe ging, moest Joyce rekening houden en haar verwachtingen bijstellen. Joyce: ‘Op een dag vroeg ze om uitbreiding van het aantal bezoeken. We zijn daarin meebewogen. Op een gegeven moment wilde ze zelfs drie dagen per week voor Danique zorgen. Dat vonden we lastig. Danique zou immers langdurig bij ons blijven en bij ons opgroeien. Bovendien was de overgang van het ene gezin naar het andere groot. Bij haar moeder was het gezellig en mocht alles. Als Danique bij ons terugkwam en weer in de structuur moest, was ze verdrietig. 

‘Een voorwaarde voor uitbreiding werd dat de moeder Danique ook moest opvoeden. Dat ging mis. Zodra haar moeder grenzen aangaf, ging Danique er net zo lang tegenin tot ze toegaf. Danique werd zelfs agressief. Wij konden het niet geloven, totdat we het een keer aan de telefoon hoorde en haar moeder ons om hulp vroeg. We zijn haar moeder op afstand gaan coachen. De opvoeding ging iets beter. Levvel ging akkoord met verdere uitbreiding, maar wel als er zicht was op volledig thuis wonen. Wij wilden geen co-ouderschap aangaan. De opvoed- en leefstijlen lagen te ver uit elkaar, dat zou voor Danique telkens een cultuurshock zijn.’ 

‘Dat Danique weer bij haar moeder woont was emotioneel, maar je moet jezelf in een ondergeschikte rol zetten’

Altijd welkom
Inmiddels woont Danique volledig bij haar moeder, met ouderbegeleiding. Joyce: ‘Als afscheid gaven we haar een herinneringsboekje met foto’s en hebben we gezegd dat we blij voor haar zijn dat ze naar haar moeder kon, en dat ze hier altijd welkom is. Daarna hoorden we vijf maanden niets. Laatst appte ze ineens dat ze wilde afspreken, we gaven meteen data door, maar ze reageerde niet meer. We hopen natuurlijk iets te horen, maar we laten het aan haar om contact op te nemen. Het moet geen moetje zijn.’

Joyce is nu blij dat Danique weer bij haar moeder woont. ‘Het was emotioneel, maar je moet jezelf in een ondergeschikte rol zetten. Dat is in het begin lastig. Als het gaat om ontwikkeling en kansen voor de toekomst, dan denken we dat Danique bij ons goed af is. Maar als het gaat over haar eigenheid, dan hoort ze bij haar moeder te zijn. In de basis hoort een kind daar waar het geboren is. Als ik bedenk dat een moeder vecht voor haar kind, dan denk ik: ik zou hetzelfde doen. 

‘Ik vind het ook superknap dat ze de beslissing heeft genomen om te zeggen: ik kan het niet. Dat maakt ook dat wij denken dat ze de hulp aanpakt die er is om te laten zien dat ze het nu wel kan. We zien dat ze het allerbeste voorheeft met haar dochter. Het is in het belang van Danique dat wij haar loslaten. We hebben haar 2,5 jaar opgevangen en zeker iets meegegeven waar ze in de toekomst iets aan heeft. Dat maakt het makkelijk om er positief op terug te kijken. Inmiddels staan we weer open voor pleegzorg. We staan er nu wel anders in, meer als: wat kunnen we bijdragen? In plaats van: we gaan fulltime en voor altijd voor een kind zorgen.’

De namen van de kinderen zijn vanwege privacy gefingeerd.

Dit artikel is gepubliceerd in Thuismakers, magazine voor pleegouders en geïnteresseerden in pleegzorg, van Levvel.

Illustratie: Saskia Troccoli.