Weten wat je ziet

Zorgen voor een kind met trauma

Avond aan avond zit Ellen (42) op de rand van het bed van de vierjarige Liam, haar hand zacht op zijn haren. Liams ogen staan wijd open. Soms knarsen zijn tanden. Als hij eindelijk de slaap weet te vatten, wordt hij geplaagd door hevige nachtmerries.

Maanden slaapt Ellen op een matras naast Liam, dan een tijd op een matras in de gang. Totdat het Liam na een jaar lukt om alleen in zijn kamer te slapen.

De angsten van Liam zijn het gevolg van traumatische gebeurtenissen in zijn vroege jeugd: Liam wordt als baby door zijn zestienjarige moeder achtergelaten in het opvanghuis waar zij samen verblijven. Zes maanden later halen zijn opa en oma hem op.

Na meerdere pogingen om hulp te bieden, wordt Liam daar vanwege verwaarlozing en mishandeling weggehaald. Hij komt bij Ellen en Isam. Het is hun eerste pleegkind.

Ellen: ‘In eerste instantie wisten we niet wat hij had meegemaakt. We kregen vooraf een karakteromschrijving, maar naarmate we hem leerden kennen, kwamen er allerlei dingen naar boven: vooral veel angsten, nachtmerries, woedeuitbarstingen en verlatingsangst. Dat heeft heel lang geduurd. Het was bijna overleven in het begin. Maar door deze tijd kregen we wel een diepe band, en een gezamenlijke vechtersmentaliteit. Uiteindelijk aardde hij. Hij bloeide op, en voelde zich steeds vrijer. Het was een lang maar mooi proces. Het heeft veel van ons gevraagd, dat overzie je vooraf niet. En dat is maar goed ook.’

Door deze tijd kregen we wel een diepe band, en een gezamenlijke vechtersmentaliteit.”


Na negen jaar volgen Ellen en Isam traumatraining bij Spirit. ‘Achteraf denk ik dat wij helemaal niet goed toegerust waren. Voor iedere beginnende pleegouder zou de training verplichte kost moeten zijn. Al is het maar om niet aan jezelf te twijfelen. Het geeft je veel inzichten, de puzzelstukjes vallen in elkaar.’

Window of Tolerance
Hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie Ramón Lindauer bij het Amsterdam UMC en de Bascule ziet wekelijks pleegouders in zijn praktijk die het water aan de lippen staat. Ook hij is van mening dat alle pleegouders zouden moeten weten wat de gevolgen van trauma zijn, hoe zij door een ‘traumabril’ naar hun pleegkind kunnen kijken en wat ze vervolgens kunnen doen. ‘Een uithuisplaatsing is an sich al een traumatische gebeurtenis, en je wordt in Nederland niet zomaar uit huis geplaatst, dus daar zijn traumatische gebeurtenissen aan vooraf gegaan. Je kunt dus wel zeggen dat ieder pleegkind in meer of mindere mate getraumatiseerd is.’

Daarom schreef Lindauer het boek Hulp bij trauma in de kindertijd, een praktische gids voor opvoeders-plus, zoals hij (pleeg)ouders en verzorgers van kinderen met trauma noemt.

Om de gevolgen van trauma duidelijk te maken gebruikt Lindauer de metafoor van de Window of Tolerance. Deze theorie omschrijft dat ieder mens een raam heeft van waaruit hij de wereld bekijkt. Zit je ‘in dat raam’ dan is je spanningsniveau optimaal.

Lindauer: ‘Een kind dat goed uit het raam kan kijken overziet de wereld en kan zich goed ontwikkelen. Ook als er zich gebeurtenissen voordoen zoals verlies, ruzie of pijn. Dan heb je verdriet, je wordt misschien boos, maar je kunt het goed hanteren. Maar getraumatiseerde kinderen slingeren snel ‘uit hun raampje’. Door het minste of geringste voelen ze veel spanning, en worden ze boos of angstig. We zeggen dan dat het kind ‘boven zijn raampje’ zit.

Getraumatiseerde kinderen slingeren snel ‘uit hun raampje’. Door het minste of geringste voelen ze veel spanning, en worden ze boos of angstig.”

Het kind kan zich door de spanning ook juist van de omgeving afsluiten: zich terugtrekken, verslappen en dissociëren. Het kind zit dan ‘onder zijn raampje’. In beiden gevallen kan het kind niet meer ‘uit het raam kijken’ en is denken, logisch redeneren en concentreren bijna niet mogelijk.’

Dat verklaart mede waarom getraumatiseerde kinderen zich vaak minder goed ontwikkelen, sociaal, maar ook op school.

Raam vergroot
Ook bij Liam was de spanning zo hoog dat het zijn leervermogen ernstig beïnvloedde. Ellen: ‘Toen Liam net bij ons kwam, was de vraag of hij überhaupt leerbaar was, zo ver zat hij in zijn spanning. Hij moest naar een medisch kinderdagverblijf, en daarna naar cluster 4-onderwijs.’ Maar hoe beter hij aardde bij Ellen en Isam, en na intensieve EMDR voor zijn nachtmerries en veel traumatherapie, werd zijn raam naar de buitenwereld langzaam groter. En ging ook zijn ontwikkeling met sprongen vooruit.

Ellen: ‘Hij zit nu in de eerste klas van VMBO-T met extra verdieping, op een school voor regulier onderwijs. Daar zijn we zo ontzettend trots op!’ In het boek van Lindauer staan tal van praktische (opvoed)adviezen om het kind zich veilig te laten voelen en zo het raam te vergroten.

‘Zijn raam naar de buitenwereld werd groter. En ook zijn ontwikkeling ging met sprongen vooruit.”

Zijn allerbelangrijkste advies is: zorg goed voor jezelf. ‘Hoe het met jou als opvoeder gaat is direct van invloed op hoe het met je pleegkind gaat. Getraumatiseerde kinderen zijn daar extra gevoelig voor. Omdat ze onveilig zijn opgegroeid, zijn ze hyperalert en scannen ze continu hun omgeving.

Ze hebben een extra zintuig om aan te voelen hoe jij in je vel zit. Er hoeft maar iets te gebeuren dat lijkt op dreiging, ruzie of conflict, en het kind reageert daarop.’

Ellen: ‘Als het ons teveel werd konden we Liam gelukkig even naar familie brengen, en dan gingen we samen uit eten. Zonder die vrienden en familie was het nog zwaarder geweest.’

Het kind heeft het omgaan met emoties minder geleerd, terwijl het dat juist meer nodig heeft.”

Emotiegidsen
Lindauer spreekt over opvoeders als emotiegidsen. ‘Ieder kind moet leren om op een goede manier boos te worden: hoe voel ik mezelf en wat doe ik dan? Getraumatiseerde kinderen hebben dat vaak niet geleerd, en door de trauma’s is het stressniveau uit balans en is het extra moeilijk om emoties in goede banen te leiden. Het kind heeft het omgaan met emoties dus minder geleerd, terwijl het dat juist meer nodig heeft.’

Tot slot is het belangrijk te achterhalen wat de triggers bij het kind zijn: waarvan raakt dit kind van slag? Zo merkte Ellen dat Liam onrustig en benauwd werd als hij babygeluiden hoorde, waarschijnlijk uit de tijd dat hij alleen in het opvanghuis verbleef.

‘Pleegouders moeten in grote lijnen weten wat een kind heeft meegemaakt om goede zorg te kunnen bieden.”

In de praktijk weten veel pleegouders nog altijd (te) weinig over de geschiedenis van hun pleegkind. ‘Een slechte zaak’, aldus Lindauer. ‘Pleegouders moeten in grote lijnen weten wat een kind heeft meegemaakt om goede zorg te kunnen bieden. Daardoor kun je beter met een traumabril kijken. Al ben ik geen voorstander van het feit dat pleegouders gedetailleerd weten wat er met een kind is gebeurd. Dat kan leiden tot secundaire traumatisering, traumaklachten bij pleegouders. Het valt ook onder zelfzorg om dat te voorkomen.’

—————————————–

Hoe vaak trauma bij kinderen voorkomt is niet precies bekend. Volgens Amerikaans onderzoek maakt 25% tot 50% van de kinderen tot achttien jaar weleens een traumatische gebeurtenis mee en leidt dat bij 14% van de kinderen tot trauma.

Meer lezen over het begeleiden van kinderen met trauma? Kijk op nji.nl

Om privacyredenen zijn de namen in dit artikel veranderd.

Dit artikel verscheen in Thuismakers, blad voor pleegouders.

Facebooktwitterpinterestlinkedinmailby feather